burgerbeweging in actie

Project ‘Campina Energy’: stand van zaken

windmolen

Vorige week vergaderde de werkgroep ‘energie-coöperatie’ die voortkwam uit de volksvergadering van De Koep van 17 december voor het eerst. Het resultaat is een eerste visietekst. Wij publiceren hem hier integraal. Als inspiratie verwijzen de initiatiefnemers ook naar deze opinietekst van John Vandaele. Het kindje heeft ook al een voorlopige naam: Campina Energy.

Project ‘Campina Energy’

Vaststellingen

Door de huidige productie en consumptie van energie wordt het leven op aarde ernstig bedreigd.
Dit zijn de knelpunten:

  1. het milieu: de klimaatverandering, bedreigde ecosystemen en bedreigde menselijke gemeenschappen;
  2. economisch en geopolitiek: de niet-hernieuwbare energiebronnen zijn op korte of middenlange termijn uitgeput;
  3. sociaal: oneerlijke toegang tot minimale energiediensten en maatregelen voor rationeel energiegebruik, privatisering van publieke dienstverlening;
  4. privatisering van gemeenschappelijke hulpbronnen: Energie is – net als water en grond – een openbaar goed, maar wordt de inzet van privatisering en van speculatie. Gewone mensen hier en in het Zuiden betalen daarvoor de rekening;
  5. politiek: In het kader van de liberalisering van de energiesector trekken overheden en besturen zich terug uit de energieproductie en- verkoop. De energiepolitiek mist echter een eenduidige langetermijnvisie en is ondoorzichtig. Daardoor worden niet alleen de overheidsdoelstellingen van de liberalisering niet gerealiseerd – competitiviteit, billijke prijzen en energie-autonomie – maar raken ook de Kyotodoelstellingen in het slop.

Wat is een coöperatief windproject?

Een project van burgers moet aan de volgende criteria beantwoorden:

  1. Lokale verankering
    De vennootschap die het project realiseert en uitbaat staat volledig open voor participatie van omwonenden, het lokale maatschappelijke middenveld, de gemeente en haar organen en gewone mensen in het algemeen: zowel voor, tijdens en na de realisatie van het project. Zo kunnen zij zich het project en de meerwaarde eigen maken. De band tussen energiebehoeften, de noodzakelijke hernieuwbare productiemiddelen en de lokale economische betekenis wordt zo duidelijk.
  2. Niet speculatieve doelstellingen
    Het hernieuwbare-energieproject wordt gerealiseerd om uitgebaat te worden en niet om doorverkocht te worden. De vergoeding van het kapitaal is beperkt. Het geeft toegang tot energie aan een billijke en transparante prijs. Een deel van de meerwaarde wordt besteed aan educatie en informatie en aan investeringen in nieuwe projecten. In de mate van het mogelijke respecteren ook de projectontwikkelaars waarmee een samenwerking is, de mede-investeerders en hun aannemers deze regels bij de bouw en de exploitatie van dit hernieuwbare-energieproject.
  3. Onafhankelijk
    De vennootschap die het project realiseert en uitbaat is autonoom en wordt niet bestuurd door overheden of via andere bedrijven. Het mechanisme van samenwerken en solidariteit dat gehanteerd wordt voor de investeringen en de doelstellingen van de projecten, kadert in de sociale en coöperatieve economie, en plaatst deze vennootschappen aan de ene kant buiten de publieke sector (bestuurlijke autonomie) en buiten de pure privéondernemingen die dit charter niet kunnen ondertekenen.
  4. Democratisch
    De vennootschappen die dergelijke projecten realiserenen uitbaten, en in de mate van het mogelijke ook de projectpartners (projectontwikkelaars, studiebureaus, banken, aannemers, …), zijn democratisch georganiseerd, van het coöperatieve type of werkend volgens de coöperatieve principes, transparant en duidelijk. Ze garanderen het behoud van de doelstellingen van de projecten gedurende heel de looptijd ervan. Het gekozen bestuur van deze vennootschappen moet de participanten toelaten de productieprijzen te controleren en zorg dragen voor transparantie inzake het functioneren en de financiën.
  5. Ecologisch
    De vennootschap die het project realiseert en uitbaat engageert zich duurzaam en vrijwillig voor het leefmilieu, gaande van de mondiale problematiek (klimaatswijziging, verlies aan biodiversiteit, vervuiling, …) tot de problematiek op het lokale niveau (gebruik van de grond, de wind, de rivieren, lokale impact, …). In de mate van het mogelijke respecteren ook de projectontwikkelaars, mede-investeerders en hun aannemers (studiebureaus, constructeurs, installateurs, …) deze regel.
  6. Spaarzaam omgaan met de ruimte:
    Zelfs hernieuwbare bronnen zijn beperkt. Aan de ontwikkeling en realisatie gaan studie en planning vooraf. Verschillende projectvoorstellen worden afgewogen op hun merites:stedenbouwkundig, milieueffecten en socio-economisch.

Leden van REScoop.be onderschrijven de 7 Coöperatieve principes van het ICA

  1. Open en vrijwillig lidmaatschap
    Coöperaties zijn gebaseerd op vrijwilligheid. Ze zijn open voor iedereen die gebruik kan maken van hun diensten en die verantwoordelijkheid als lid wil opnemen – zonder enige discriminatie op basis van gender, sociale afkomst, ras, politieke voorkeur of religie.
  2. Democratische controle door de leden
    Coöperaties zijn democratische organisaties die door hun leden worden gecontroleerd. De leden participeren actief in het uitstippelen van het beleid en in het nemen van beslissingen. Wie een verkozen mandaat krijgt, verantwoordt zich tegenover de leden. In coöperaties van het eerste niveau is er een gelijk stemrecht, volgens het principe: één lid, één stem. Ook coöperaties van andere niveaus zijn democratisch georganiseerd.
  3. Economische participatie van de leden
    Leden dragen op een billijke manier bij tot het kapitaal van hun coöperatie en ze hebben er democratische controle over. Gewoonlijk is ten minste een deel van het kapitaal het gemeenschappelijke eigendom van de coöperatie. Als de leden een compensatie ontvangen voor het kapitaal dat ze als lid inbrengen, dan is dit een bescheiden compensatie. De meerwaarde wordt toegewezen aan alle of een deel van de volgende doelen:· de ontwikkeling van de coöperatie, bv. door de opbouw van reserves waarvan ten minste een deel ondeelbaar is;
    · restorno’s aan leden in verhouding tot hun transacties met hun coöperatie
    · het ondersteunen van andere activiteiten, goedgekeurd door de leden.
  4. Autonomie en onafhankelijkheid
    Coöperaties zijn autonome, zelfredzame organisaties onder toezicht van de leden. Als ze overeenkomsten aangaan met andere organisaties en/of met overheden, of als ze extern kapitaal aantrekken, doen ze dat op zo’n manier dat de democratische controle van de leden en de autonomie van de coöperatie gewaarborgd is.
  5. Onderwijs, vorming en informatieverstrekking
    Coöperaties voorzien voor leden, bestuurders, directie en werknemers onderwijs en vorming, zodat zij werkelijk kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van hun coöperatie. Zij informeren het grote publiek – vooral jonge mensen en opiniemakers – over de aard en de voordelen van coöperatief ondernemen.
  6. Samenwerking tussen coöperaties
    Door samen te werken in lokale, regionale, nationale en internationale structuren, versterken coöperaties de coöperatieve beweging en bieden ze doeltreffende dienstverlening aan hun leden.
  7. Engagement voor de gemeenschap
    Coöperaties dragen bij tot de duurzame ontwikkeling van de samenleving in een kader dat gedragen is door hun leden.Bron: www.rescoop.

 

FacebooktwitterpinterestFacebooktwitterpinterest
Schrijf u in op onze nieuwsbrief
Vul uw gegevens in om u te abonneren op onze nieuwsbrief.

Archief
Facebook