burgerbeweging in actie

De Koep in de ‘jungle’ van Calais en Duinkerken

Calais5

(Foto Silke Maes)

Vluchtelingen, dichtbij in onze stad of regio. Maar ook wat verder weg, in Calais en Duinkerken, waar de toestand de afgelopen maanden steeds dramatischer werd, elke structurele hulp uitbleef en alleen vrijwilligers ondanks veel tegenwerking proberen te redden wat er te redden valt. Kersvers bestuurslid van De Koep, Silke Maes en haar kompanen voegden daden bij het denken, bij de verontwaardiging, bij de machteloosheid. Toen ook de winter toesloeg en de toestand in de kampen in Noord-Frankrijk steeds schrijnender werd, deden zij een noodoproep. Met steun van De Koep verzamelden zij goederen en voedsel, stapten in hun laarzen en trokken naar ginder.

(Als De Koep in haar missie onder meer heeft staan “het leven rechtvaardiger, duurzamer, eerlijker, goedkoper, aangenamer” te willen maken, geldt dat ook en niet in het minst voor zij die dit alles het meest nodig hebben. Vluchtelingen bijvoorbeeld. Mensen die hier na een helse tocht komen aangewaaid, om te ontsnappen aan oorlog, geweld, intimidatie, geen enkel perspectief op een menswaardige toekomst, de dood…)

Een overzicht.

“En wanneer ‘wij’ als individu binnen een gemeenschap ongenoegen ervaren over het reilen en zeilen van iets wat ons vermogen overstijgt, is het altijd zinvol even terug te gaan naar het kleine, het begin, naar jezelf, om te kijken naar dàt wat je wél kan doen.”

Silke over haar motivatie:

“Begin september 2015 ging ik voor de eerste keer naar Calais. Na het zien van dramatische taferelen via verschillende media-kanalen, was nièt gaan géén optie. Vanuit het moto: we leven maar 1 keer en we moeten het goed doen, kwam ik tot de vaststelling dat nadenken en nog meer info vergaren mij niet meer de zielenrust kon geven die ik nodig had. Want denken is 1 ding… doen is iets anders. Ik ging antwoorden zoeken binnen de politiek, maar stootte daar enkel op meer frustraties.”

“Daar waar een overheid het nalaat op humanitaire wijze te handelen, daar moeten burgers het overnemen. Niet vanuit een leeg anarchistisch gedachtengoed, niet om maar tegen schenen te stampen of af te zetten, maar wel om het verschil te kunnen maken. Om niet te moeten toekijken en daardoor deel uit te maken van…. Vanuit een rechtvaardigheidsgevoel, vanuit solidariteit, vanuit het idee dat als we dan toch dat ene leven hebben op deze grote aardbol, we onze naasten maar beter behandelen zoals we zelf behandeld willen worden. De geschiedenis leerde me dat het tij kan keren.”

 

Calais2

Bedenkingen onderweg:

“ ‘Wir schaffen das‘ is nog niet koud, of er zijn aanslagen in Parijs. De gruweldaden van enkele radicale extremisten komen nu wel erg dicht bij. Vele mensen werden bang. Deze aanslagen worden door velen ervaren als een aanslag op ‘onze’ democratie, op ‘onze’ waarden en normen, wie denken ‘zij’ wel niet dat ze zijn? Het wordt een wij-zij verhaal, wederom erg ongenuanceerd en drijvende op irrationele vooroordelen.
> Of hoe de mainstreammedia op 5 maanden tijd een hele publieke opinie mee wisten te keren. Hoe ongenuanceerd, hoe drijvend op emoties, hoe fel de media pro vluchtelingen waren, zo ongenuanceerd, drijvend op emoties, en kinderlijk, activeren ze nu mee angst en haat en bespelen ze op sluwe wijze een hele bevolking.
> Vluchtelingen worden hoe langer hoe meer als probleem geschetst: ze zijn met teveel, onze sociale zekerheid komt in het gedrang, de Europese landen geraken maar niet op 1 lijn, er zijn teveel mannen, er zijn teveel moslims, cijfers uit ongenuanceerde statistieken zaaien angst, opiniestukken vliegen ons om de oren maar er is een groot gemis aan beheerste intellectuelen die structureel een plan kunnen uitdokteren, geschetst binnen een geschiedkundig kader.”

Een facebookgroep kwam in beeld: ‘Wij gaan naar Calais en nemen mee.’
Uit het verslag van een eerste bezoek aan ‘de jungle’ daar:

“De eerste dagen was het erg moeilijk om de problematische situatie waarin deze mensen nu zitten te beschrijven. De aanpak van Europa, in het bijzonder Frankrijk, en het gebrek aan deskundige inbreng door ngo’s (zij mogen niet binnen) is schrijnend. De mensen die samentroepen in het kamp van Calais worden volledig (lees VOLLEDIG) aan hun lot overgelaten. De enige interventies die er plaatsvinden, gebeuren door burgers, voor burgers.
In het kamp hebben we voornamelijk Syriërs, Afghanen, Somaliërs, Koerden, Irakezen, Iranezen, Eritreërs en Ethiopiërs ontmoet. Zowat 3500 mensen, in grote meerderheid mannen. Ruw geschat verblijven er zo’n 250 vrouwen met kinderen.
Er is een groot gebrek aan sanitaire voorziening, aan proper water. De hygiënische omstandigheden zijn erbarmelijk. De kans op uitbraak van epidemieën stijgt elke dag. Heel wat mensen lopen rond met wonden, breuken, infecties, en worden niet geholpen.
VZW Salaam, L’Auberge des Migrants, Calais, Ouverture et Humanité zijn plaatselijke organisaties die doen wat ze kunnen.
Het kamp is 1 grote chaos, maar binnen die chaos hebben de bewoners zelf een systeem. De mensen groeperen zich in kleine ‘dorpjes’, afhankelijk van hun land van herkomst. Er heerst een grote solidariteit tussen de mensen onderling en verloopt dit samenleven redelijk goed. Zeker gelet op de trauma’s waarmee vele mensen te kampen hebben”.
“Hun verhalen zijn stuk voor stuk aangrijpend. Ze zeggen dat hun leven tot een hel verworden is. De constante dreigingen van aanvallen in hun land van herkomst, maar ook het gebrek aan perspectieven (op alle levensdomeinen), waren niet meer leefbaar. Dit maakt dat velen al het geld, van de hele familie en van hun sociaal netwerk bij elkaar sprokkelden om de grote oversteek te maken. Het gaat hier over duizenden dollars, voor de een al gemakkelijker bij elkaar te krijgen dan voor de ander. Er is bijv. een groot verschil tussen Syriërs, die vaak welgesteld leefden in eigen land, goede opleiding genoten en een job met aanzien uitvoerden in het land van herkomst, of een Eritreër die nog minder dan niets heeft en zo ook zou sterven in eigen land.”

“Constant die vragen: wij zijn er nu, we geven wat we kunnen, maar wat stelt dat in godsnaam voor… Het is een druppel op een hete plaat, het is een druppel. En ik geloof in die druppel. Maar al die kleine stukjes van jezelf die je achterlaat bij de mensen ter plaatse, zijn moeilijk weer te vullen. Ze blijven knagen, ze blijven flitsen door mijn hoofd. We moeten terug.”
“Het kan toch niet zo zijn dat we ons neerleggen bij deze realiteit? Het feit dat er heel wat initiatieven uit de grond rijzen, dat heel wat mensen wel teruggrijpen naar de wortels van solidariteit, is geruststellend. Het is goed, het is onze verdomde plicht en het is goed. Laten we focussen op het positieve, op dat wat er wèl gedaan wordt. Laat solidariteit en liefde ons wapen zijn, laat onrecht een reden zijn om in actie te schieten, laten we bouwen aan een sterkere en nederigere samenleving, van onder uit. Wees op de hoogte, ga op zoek naar JUISTE informatie, maar laat de politiek je niet leiden (lijden), laat je leiden door je strijdvaardige zelf. “

Calais1De winter deed zijn intrede.

Calais groeide ondertussen uit tot een kamp waar een 7000tal mensen verblijven. Ook in Duinkerken kwamen er per dag naar schatting 60 mensen per dag aan, terwijl er 20 vertrokken. Op die manier groeide het kamp snel uit tot een 3000tal bewoners van vooral Koerdische afkomst. Nog steeds werd er vanuit de overheid niets ondernomen.
We schreven brieven naar de burgemeester van Calais, naar Artsen Zonder Grenzen, naar het B-fast team. Alles tevergeefs. Niets doen was geen optie.  ‘If you think you’re too small to have an impact, try going to bed with a mosquito in the room.’ (Anita Roddick)

Half december woedde er een hevige brand in het kamp in Duinkerken. Minstens 20 tenten werden verwoest en de brandweer kon niet helpen want er was geen water om te blussen… .

Eind december nam Silke Maes het initiatief voor een tweede actie, waar ook De Koep op inspeelde: de keuken van Duinkerken bevoorraden, naar het voorbeeld van de community kitchen in Calais.

“Mijn kompaan, Karen Van Riel, was ondertussen verschillende keren terug gegaan en had goeie contacten gelegd met een locale Comunity Kitchen in Calais. Het plan om ook in Duinkerken een keuken mee op te starten bleek last-minute niet van toepassing gezien we te horen kregen dat het kamp 2 weken later zou verhuizen en er niets structureels gebouwd mocht worden. We lanceerden een nieuwe oproep tot het verzamelen van goederen en geld. Deze oproep werd mede verspreid door De Koep.”

Omdat ook verse groenten zeer welkom waren, nam De Koep contact op met de Turnhoutse Stadsboerderij. Daar zaten – dankzij de tot dan toe zachte winter – nog heel wat groenten in de grond. Met de hulp van de Stadsboerderij organiseerden we met een ploegje een plukdag die een mooie lading opleverde.

“Via de Koep/Stadsboerderij kregen we ook kilo’s verse groenten mee, en bakkerij Cyprus uit Turnhout steunde ons met enorm veel gratis broden en een fikse korting op de aangekochte voeding. Op zeer korte tijd kregen we veel reacties en konden we met het verzamelde budget heel wat voeding aankopen. We trokken met een busje en 2 auto’s richting Duinkerken, zwaar geladen met meer dan 350kg rijst en kilo’s aan verse groenten.

Voedsel uit TurnhoutHet verdriet van de rode biet.

Op naar Duikerken.

Dat het echt snel moest gaan deze keer.
Dat het een tussendoor-actie was.
Dat er op zeer korte tijd zeer veel gegeven werd.
Dat iedereen wel voelde tijdens de kerstdagen dat de drang om te geven groot was.
Dat er veel gemaild en gebeld en ontvangen werd, tussen de feesten door. De dankbaarheid was groot.”

“Met 1 bus en 3 volle auto’s komen we aan in Duinkerken. We weten niet meteen waar we moeten zijn maar botsen letterlijk op de tenten. Zeer bizar, te midden van een nieuwbouwwijk, gewoon… aan de overkant van de straat. Slechts 3 agenten, geen groot hek zoals in Calais, wel een rustige woonwijk. We parkeren de auto’s op een parking naast het kamp, verdacht rustig. Geen line-line-line, aanvankelijk ook geen geduw of getrek, zeer sereen.
We hadden enorm veel eten bij, meer dan 300kg aan rijst alleen al. Dus besloten we eerst de keuken op te zoeken en de auto’s dicht te laten.
De geur van een Shantitown, zoals die je kan bedwelmen in een Afrikaans en Aziatisch land, laat zich ook hier meteen ruiken. Een grote modderpoel, grote keien, 2 volle containers afval, een grote generator aan de ingang met allerlei stopcontacten waar mobieltjes opgeladen worden, 2 wasbakken met enkele kraantjes voor het hele kamp, een tiental dixies voor een kleine 2000 mensen, geen houten huisjes of constructies zoals in Calais maar echt alleen maar festivaltentjes en zeilen, je zou kunnen denken dat het een festivalcamping is… 1 jaar na datum… vergane glorie. Verder is er weinig feestelijks te bespeuren. Het valt me op dat er veel meer kinderen en vrouwen rondlopen dan in het grote kamp in Calais.
We dabberen onszelf door de modder, passeren heel wat vrijwilligers (er gebeurt echt veel momenteel!) en komen aan bij de keuken. ‘Dat we veel eten bij hebben en of er een handige manier is om het te transporteren van de parking tot aan de keuken…want het is écht veel’. Nee, niet meteen, luidt het. We besluiten alles dan beetje bij beetje aan te brengen en telkens onze rugzakken te laden en te lossen. Al snel krijgen we hulp van S. die al een hele tijd in het kamp verblijft met de vrouw en kinderen van zijn broer. Broer verblijft in de UK, zij moeten de tocht nog verder zetten, in sha allah. S vraagt zeer bescheiden of we misschien wat eten bij hebben voor de kinderen van zijn schoonzus, wat vitaminen, en mogelijks ook wat kleren. We vertellen dat we eerst gaan focussen op het laden en lossen in de keuken en dat we daarna zullen kijken wat we kunnen doen. S. wacht geduldig en helpt ons met het laden en lossen.
De keuken is opgetogen met onze levering. Over de rode bieten zeggen ze wel dat ze dat niet lusten, dat we dat niet meer moeten meebrengen de volgende keer. Eerlijk. Maar goed, vroeger moest ik ook opeten wat er voor mijn neus gezet werd. Moest je dus ooit naar Duinkerken gaan: liever geen rode bieten meenemen. smile emoticon
Nadat we alles in de keuken hadden afgezet zeiden ze: thank you so much but no more for now please, omdat ze het niet meer zouden kunnen opbergen. Bedankt dus allemaal, de keukenkasten puilden uit. Aan de lopende band werd dit alles verwerkt. Het keukenteam was volcontinu aan het verwerken wat er binnen kwam. Schitterend.”

Calais6

“Over het algemeen waren de mensen zeer dankbaar met de geboden hulp, bescheiden ook. Het is straf dat velen bijvoorbeeld zeiden: ‘Nee, dat kan ik niet gebruiken of heb ik niet echt nodig, geef dat maar aan de buren’. Anderen graaiden er dan weer op los en lieten een puinhoop achter van overdaad. Die tegenstrijdigheden.
Of wat als iemand zegt: ‘Zoiets draag ik niet’. Eerlijk… mijn eerste reflex was ‘Huh? Je zal het wel nodig hebben want je hebt niets’. Maar meteen daarna komt de reflex: het zijn mensen zoals jij en ik, mensen die best wat welvaart gewoon zijn en al zoveel hebben moeten achterlaten en loslaten. Natuurlijk hebben ze ook een voorkeur wat kleren betreft, eigenwaarde en zelfrespect, dat beetje waar ze nog controle over kunnen hebben, etc.
Hoe zou het voelen als slachtoffer van een oorlog, dictatuur, alles te moeten achter laten, vaak ook je gezin (als ze nog leven), om dan naar een land/continent van welvaart te vluchten waar je voor de tweede keer tot slachtoffer gemaakt wordt. Waar je klein moet blijven en zo gehouden wordt. Wat doet het met je zelfrespect, je zelfbeeld? Om zo letterlijk en figuurlijk in de stront en de modder als een kudde beesten in een bos te moeten overleven. Afhankelijk te zijn van wat anderen je geven, zelfs wat betreft je basisbehoeftes. Wat maakt dat van jou, wat maakt dat van ons, wat maakt dat van hen. Kan je dan spreken van dankbaarheid? Is dat vulgair? Compenseert dit beetje hulp een enorm schaamtegevoel? Heb ik wel genoeg tijd genomen om met de mensen zelf te spreken? (nee…) of heb ik weer gefocust op praktische hulp? (vooral…).

“Het is een druppel op een hete plaat, again, maar wat als je alle vrijwilligers weg denkt. Dan waren er geen tenten, was er geen keuken, waren er geen vuurtjes gemaakt van autovelgen, was er geen voedsel, was er geen water. Dus het zal sowieso zijn nut wel hebben, het resultaat is er zichtbaar en wordt meteen in de kookpot gemieterd om daarna buiken te vullen. Maar godverdorie ’t is schrijnend. We komen en we gaan, en morgen komen en gaan andere vrijwilligers. Maar die mannen, die vrouwen en die kinderen, die blijven. Ze dolen rond in het bos, met hun gedachten zitten ze al in de UK. Ze dolen rond op zoek naar die toekomst in het beloofde land maar wachten even in het ‘tussenstation’. Sommigen hebben de hoop opgegeven, anderen roepen ‘We love UK’, kinderen passeren en zeggen ‘Belgium, no good. UK, good!’ En ik wil die laatste droom niet kapot maken. Ik hoop dat ze het halen, ik hoop vurig dat hun godverdomse strijd en tocht beloond mag worden door een behouden aankomst in hun beloofde land. Wat dat dan ook mag zijn. Dat ze terug op een menswaardige manier kunnen beginnen opbouwen, en hopen. Want hoop is duur in Duinkerken. Enkel de volhouder wint.”

En ondertussen kwamen de berichten binnen over verwarmde tenten/containers voor de vluchtelingen van Calais. Wederom, ongenuanceerd want wat met de 6000 mensen die hier niet voor geselecteerd worden.
Ondertussen mocht AZG in actie schieten, kregen ze het fiat van de Franse overheid, maar kunnen ze hun plannen pas weken later realiseren.
Ondertussen is er een rattenplaag uitgebroken in Duinkerken, wat maakt dat sommige mensen ’s nachts niet meer in hun tent durven kruipen.
Ondertussen zijn de eerste ziekten (ook zeer besmettelijke zoals mazelen) uitgebroken.
Ondertussen zijn er nog steeds de vrijwilligers, die wisselen van wacht en al hun vrije tijd steken in het opvangen van de echte crisis.

Remco Campert:

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud
zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt
zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem
jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen

 

(Tekst: Silke Maes / Bewerking: JVG)

FacebooktwitterpinterestFacebooktwitterpinterest

mijn2040_liggend_300

Cartoon
Schrijf u in op onze nieuwsbrief
Vul uw gegevens in om u te abonneren op onze nieuwsbrief.

Archief
Facebook